|
We
moeten het oordeel van een keurmeester altijd respecteren, maar er zijn keurmeesters
en keurmeesters.
Als een keurmeester zich niet houdt aan de rassenstandaard, dan is het beter
om een hond niet meer uit te brengen onder deze keurmeester. Dit omdat deze
keurmeester dan waarschijnlijk weinig weet van het ras.
Algemene
verschijning van de teckel
algemene
bouw van een teckel
Lage, kortbenige langgestrekte , maar compacte gestalte, z eer gespierd, met
drieste uitdagende hoofdhouding en attente gezichtsuitdrukking. Ondanks de in
verhouding tot het lichaam korte ledematen, niet gebrekkig, plomp of in bewegingen
beperkt, noch slap als een wezel, met een geslachtstypisch totaalbeeld
Als
de hond staat moeten we voor de hoogte 2 maten in ogenschouw nemen , nl. de
hoogte vanaf de grond en de lengte van de hond
de
hoogte van de hond
Afgeleid van de standaard , de juiste verhouding is 1/3 van de grond tot het
borstbeen en 2/3 vanaf het borstbeen tot aan de schoft.
In het plaatje is de verhouding weergegeven.
Eventuele
afwijkingen:
figuur 1 geeft aan 1/4 afstand tot aan de grond; borst te laag bij de grond.
figuur 2 geeft aan 1/3 afstand tot aan de grond; ideaal beeld afgaande op de
rassenstandaard.
figuur 2 geeft aan 2/5 afstand tot aan de grond; te hoog.
figuur 3 geeft aan 3/7 afstand tot aan de grond; te hoog.
Bij
een bodemafstand van 1/3 van de schofthoogte, moet de lichaamslengte in harmonische
verhouding staan tot de schofthoogte van ongeveer 1 op 1,8.
De lengte van de hond moet in verhouding staan tot de hoogte van de hond. Een
te lange teckel heeft geen correcte rug. Een te korte teckel doet ons denken
aan een terrier.
Gedrag
en Karakter
Vriendelijk
van aard, noch angstig, nog agressief, met een evenwichtig temperament. Een
gepassioneerde, vasthoudende, flinke jachthond met een fijne neus.
Het
Hoofd.
Langgestrekt,
van boven en van opzij gezien gelijkmatig tot de neusspiegel smaller wordend,
echter niet puntig. Wenkbrauwen duidelijk uitkomend. Neuskraakbeen en neuspunt
lang en smal.
Bovenschedel
Eerst
vlak, geleidelijk met slecht weinig aangeduide stop verlopend naar de gewelfde
neusrug.
Stop: alleen aangeduid
Aangezicht
schedel
Neusspiegel: goed ontwikkeld
De vang: ver te openen ,tot ter hoogte van de ogen gespleten
Kaken gebit : Sterk ontwikkelde boven- en onderkaak. Compleet gebit (42 tanden.
Overeenkomstig de tandformule van een hond) met krachtig ,juist in elkaar grijpende
hoekmannen.
Het
schaargebit heeft de voorkeur boven het tanggebit.
schaargebit tanggebit
Lippen
De lippen zijn strak gespannen, de onderkaak goed bedekkend.
De
Ogen
Middelgroot, ovaal, goed uit elkaar liggend, met heldere, energiekeen toch vriendelijke
uitdrukking, niet stekend. Kleur glanzend donker roodbruin tot zwartbruin bij
alle haarkleuren van de hond. Glas , vis-, of parelogen bij gevlekte honden
zijn niet gewenst, echter wel te tolereren.
Het
behang (oren)
Hoog, maar niet te ver naar voren aangezet, voldoende maar niet te overdreven
lang, afgerond, niet smal, puntig of geplooid.
Bewegelijk, met de voorste rand dicht tegen de wang aanliggend.
De
Hals
Voldoende lang, gespierd, strak aanliggende keelhuid, licht gewelfde nek, vrij
en hoog gedragen.
Lichaam
Boven
belijning
Harmonisch verlopend van de hals naar de het licht afvallend kruis
Schoft
Uitgesproken
Rug
Na de hoge schoft is het verloop van de verdere borstwervels recht of met een
lichte welving naar achteren verlopend
Lendenen
Krachtig gespierd, voldoende lang
Kruis
Licht afvallend
Borst
Borstbeen goed geprononceerd en zo sterk vooruitspringend , dat aan beide zijden
kuiltjes zichtbaar zijn. De borstkas is van voren gezien ovaal en van boven
en opzij gezien ,zeer ruim Ze biedt aan hart en longen ruimte voor ontplooiing,
ver naar achteren opgeribd.
Bij een goede lengte en hoekingen van het schouderblad en opperarm, bedekt
de voorpoot het diepste punt van de borst.
Onderbelijning
en buik
licht opgetrokken
Staart
Niet te hoog aangezet, in het verlengde van de ruglijn gedragen. In het laatste
derde deel van de staart is een lichte kromming toegestaan.
Ledematen
Voorhand
Algemeen:
Sterk gespierd , goed gehoekt, van voren gezien droge, rechte voorbenen met
goed sterk bot en naar voren gerichte voeten.
Schouders
Zichtbaar gespierd. Lang, schuin liggend schouderblad, vast tegen de borstkas
aanliggend.
Opperarm
Van gelijke lengte als het schouderblad , nagenoeg in een rechte hoek hiermee
staand, sterk van bot en goed gespierd, tegen de ribben aanliggend , maar vrij
in beweging.
Ellebogen
Niet naar binnen , noch naar buiten draaiend.
Onderarm
Kort, echter wel zo lang dat de bodemafstand van de hond ongeveer eenderde van
de schofthoogte bedraagt. Zo recht mogelijk.
Polsgewricht
De polsen staan wat dichter bij elkaar dan de schoudergewrichten.
Voor-
middenvoet
De voor middenvoet mag, van opzij gezien niet steil, noch opvallend naar voren
gericht zijn
Voorvoeten
Vijf goed tegen elkaar liggende tenen, met krachtige eeltkussens en korte ,
sterke nagels. Vier tenen zitten aan de voet de vijfde is korter.
Achterhand
Algemeen
Sterk gespierd, in goede verhouding met de voorhand. Knie en spronggewrichten
sterk gehoekt, achterbenen parallel, niet nauw, noch wijd uit elkaar staand.
Bovenbeen
Moet van goede lengte en sterk gespierd zijn.
Kniegewricht
Breed en sterk, met uitgesproken hoekingen
Onderbeen
Kort, bij benadering en rechte hoek vormend met het bovenbeen.
Spronggewricht
krachtig en goed gehoekt
Achter-
midddenvoet
Relatief lang, bewegelijk ten opzichte van het onderbeen, licht naar voren gebogen.
Achtervoeten
Vier strakke tegen elkaar liggende tenen , goed gewelfd. Vol op de krachtige
zolen steunend
Gangwerk
De beweging moet ruim uitgrijpend, vloeiend en energiek zijn, met ruime , dicht
bij de bodem liggende passen , krachtige stuwing en een licht veerkrachtige
overbrenging naar de ruglijn. De staart moet daarbij in harmonische verlenging
van de ruglijn, licht afvallend gedragen worden. In actie zijn voor en achterhand
parallel uitgrijpend. Voor niet bodemen, noch peddelend, de voeten niet nauw,
noch wijd. Achter niet nauw noch wijd. Niet koehakkig, noch rond.
 
Huid
Strak aanliggend
Beharing
Met
uitzondering van de vang, wenkbrauwen en oren op het hele lichaam van onderwol
voorzien , volkomen gelijkmatig aanliggend , dicht, draadachtig dekhaar. Aan
de snuit toont zich een uitgesproken duidelijke baard. De wenkbrauwen zijn borstelig.
De oren zijn korter behaard dan het lichaam, bijna glad. De staart is goed en
gelijkmatig aanliggend behaard.
Kleur
Overwegend wildzwijnkleurig, verder geldt hetzelfde als voor de andere kleuren.
Grootte
en gewicht
- Teckel
borstomvang boven de 35 cm
- Dwergteckel
borstomvang 30 tot 35 cm op een leeftijd van ten minste 15 maanden gemeten.
- Kaninchen
teckel borstomvang tot 30 cm op een leeftijd van ten minste 15 maanden gemeten.
Gewicht
Teckel : bovengrens ongeveer 9 kg
FOUTEN
Alle
afwijkingen van bovengenoemde punten moeten worden aangerekend als fout. De
kwalificatie moet in verhouding staan tot de graad van de afwijking
- Ontbreken
2 P1-en (premolaren 1) of de beide M3-en (molaren 3), dan is dat niet als
een fout aan te merken. Mist naast de twee P1-en een M3 of mist naast de beide
M3-en en P1, dan moet dit wel als fout worden aangerekend.
Zware fouten
- zwakke
, hoogbenige of over de grond slepende gestalte.
- Andere
gebitsfouten als onder fouten resp. uitsluitende fouten beschreven.
- Glasogen
bij andere dan gevlekte honden
- In
de schouders hangend lichaam
- Zadelrug
, karperrug
- Zwakke
lendepartij
- Overbouwd
zijn (het kruis hoger dan de schoft)
- Te
zwakke borstkas
- Windhondachtige
opgetrokken flanken
- Slecht
gehoekte voor of achterhand
- Smalle
slecht bespierde achterhand
- Koehakkig
of O-benig
-
- Binnenwaarts
of te ver naar buiten draaiende voeten.
- Spreid
tenen
- Moeilijk,
onbeholpen, schommelende gang
Foute beharing
- Te
zacht haar ,te kort of te lang
- Lang
haar , naar alle kanten van het lichaam uitstaand.
- Krullend
of golvend haar
- Zacht
haar aan het hoofd
- Staart
met vlag
- Het
missen van een baard
- Het
missen van onderwol
- Kortharigheid
Uitsluitende fouten
- Onder-
en bovenbijter , kruisgebit
overbijter
onderbijter
- verkeerde
stand van de hoektanden en de onderkaak
- Ontbreken
van een of meerdere hoektanden of 1 der snijtanden
- Ontbreken
van andere kiezen (premolaren of molaren) boven de onder fouten beschreven
twee P1-en en een M3, resp. twee M3-en en een P1
- Afgezet
borstbeen
- Alle
staartfouten
diverse mogelijke afwijkingen in de staart
- Zeer
losse schouders
- Knikken
in front (polsgewrichten)
- Zwarte
kleur zonder brand, witte kleur met of zonder brand
- zeer
angstige of agressieve dieren
N.B.
Reuen moeten twee normaal duidelijk ontwikkelde teelballen tonen, die compleet
in het scrotum zijn ingedaald.
Fam. Ladru
info@ruwhaar-teckel.nl
Zoetermeer
tel: 079-3616172
Nederland
|