Fokregelement

Dit is het fokregelement van de Nederlandse Teckel Club.
NTC-Fokkers dienen zich ten alle tijden te houden aan deze regels.
Wij fokken uitsluitend volgens deze regels !

FOKREGLEMENT

1. ALGEMEEN

1.1.
Het fokreglement voor het teckelras beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het teckelras zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de NTC. Dit fokreglement is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de NTC op 18 april 2009. Inhoudelijke aanpassingen van dit fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de NTC.

2. FOKREGELS
2.1.
Verwantschap: beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als:
ouder – kind of (half)broer – (half)zus

2.2.
Herhaalcombinaties: de combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is maximaal drie (3) maal toegestaan.

2.3.
Minimum leeftijd

2.3.1.
reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste twaalf (12) maanden zijn. Deze reu moet een oogonderzoek hebben ondergaan met goed gevolg. Dit oogonderzoek is slechts geldig tot de leeftijd van 18 maanden. Hij mag dan tot de leeftijd van 18 maanden maximaal 3 nesten verwekken.

2.3.2.
teef: de minimale leeftijd van de teef op de dag van de dekking moet tenminste achttien (18) maanden zijn. Deze teef moet een oogonderzoek hebben ondergaan met goed gevolg. Dit oogonderzoek mag vanaf zestien (16) maanden worden verricht.

2.4.
Aantal dekkingen: een reu mag een onbeperkt aantal nesten per kalenderjaar voortbrengen met een onbeperkt aantal nesten gedurende zijn leven.

2.5.
Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.

2.6.
Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een fokker een dekreu gebruikt die in een buitenlands, door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de gezondheidseisen die voor dekreuen in dat betreffende land gelden, bij voorkeur moet er minimaal één oogonderzoek zijn verricht op of na de leeftijd van achttien (18 )maanden.

2.7
Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen):
als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in het N.H.S.B. ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in het N.H.S.B. ingeschreven dekreu betreft.

EN

Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven
dekreu betreft.

2.8.
Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een overleden dekreu, dan gelden daarvoor de regels die golden ten tijde van het invriezen voor een nog in leven zijnde dekreu, of dat deze nu was ingeschreven in de Nederlandse stamboekhouding, of dat deze nu was ingeschreven in een door de FCI erkend buitenlands stamboek. Bij deze reu mogen tijdens zijn leven geen erfelijke
gebreken zijn geconstateerd . Hieronder wordt verstaan Hernia, Epilepsie en de oogafwijkingen PRA en Cataract.

2.9.
Kunstmatige inseminatie: reuen waarvan sperma wordt gebruikt voor kunstmatige inseminatie moeten op een normale manier in staat zijn tot een natuurlijke dekking. Hierbij moet zowel het libido als de bouw van het geslachtsapparaat van de reu en de teef goed zijn.

2.10.
Tijger: de ouderdieren mogen niet beiden “getijgerd” zijn.

3. WELZIJNSREGELS
3.1.
Minimum leeftijd teef: de teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan achttien (18) maanden.

3.2.
Maximum leeftijd teef: de teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij zesennegentig (96) maanden oud wordt.

3.3.
Maximum leeftijd 1e dekking teef: de teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan zestig (60) maanden.

3.4.
Periodiciteit nesten: een teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn. De periode van 24 maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.

3.5.
Aantal nesten: een teef mag gedurende haar leven maximaal vijf (5) nesten krijgen.

4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1.
Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.

4.2.
Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of
heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.

4.3.
Verplichte onderzoeken: op basis van onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren worden onderzocht:

4.3.1.
PRA: van ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat ze geen lijder of drager zijn. Het onderzoek naar PRA moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van een (1) jaar voorafgaand aan de dekking. Ouderdieren die lijden aan PRA mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet. Hetzelfde geldt voor bewezen dragers van PRA. (dit zijn de kinderen en ouders van een bewezen lijder)

4.3.2.
Cataract: van ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat ze geen lijder zijn. Het onderzoek naar cataract moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van een (1) jaar voorafgaand aan de dekking. Ouderdieren die lijden aan Cataract mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.

4.3.3.
Distichiasis: van ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn onderzocht of ze lijder zijn . Het onderzoek naar distichiasis moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van een (1) jaar voorafgaand aan de dekking. Minimaal een der beide ouders moet vrij zijn van Distichiasis.

4.3.4.
Definitief vrij verklaring: Ouderdieren die op of na de leeftijd van 8 jaar zijn onderzocht en vrij bevonden zijn, worden definitief vrij verklaard van PRA en Cataract. Voor Distichiasis geldt dat als er eenmaal distichiasis is aangetoond, de hond altijd positief blijft voor Distichiasis.

4.4.
Epilepsie: ouderdieren die lijden aan of geleden hebben aan eleptiforme aanvallen, mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.

4.5.
Hernia: ouderdieren die lijden aan of geleden hebben aan Hernia mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.

4.6.
Keizersnede: Teven die voor een tweede keer een keizersnede ondergaan worden verder niet meer voor de fok gebruikt.

5. GEDRAGSREGELS
5.1.
Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.
Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.

6. EXTERIEURREGELS
6.1.
Kwalificatie: de beide ouderdieren moeten minimaal een (1) keer hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer (met toekenning van CAC) en/of FCI gereglementeerde tentoonstelling of een door de NTC georganiseerde clubmatch en daar minimaal de kwalificatie Zeer Goed hebben behaald. Voor in het buitenland behaalde kwalificaties geldt dat deze vergelijkbaar moet zijn aan de Nederlandse. Een tentoonstelling met toekenning van CAC of een door de landelijke teckelclub georganiseerde grote tentoonstelling met vooraf inschrijving.

7. REGELS AFGIFTE PUPS
7.1.
Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.

7.2.
Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van negen (9) weken.

7.3.
Socialisatie: De fokker draagt er zorg voor dat de pups goed gesocialiseerd zijn voordat ze worden afgeleverd.

8. BUITENLAND
8.1.
Voor buitenlandse leden geldt dat de teef moet voldoen aan de Nederlandse eisen en de reu minimaal aan de gezondheidseisen van het land waar de reu woont.

9. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
9.1.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur van de NTC.

9.2.
Tegen beslissingen van de rasvereniging, waarbij een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open bij de Geschillencommissie van de NTC.

9.3.
Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt het bestuur van de NTC, zorg voor aanvulling van dit fokreglement.

9.4.
In de ALV kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging of van een in de statuten en huishoudelijk reglement van de rasvereniging anders bepaald orgaan of anders bepaalde commissie.

9.5.
Dit reglement is niet van toepassing op de nesten die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.

9.6.
Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.

Bron: Internetsite Nederlandse Teckelclub (www.teckelclub.nl)